Met ingang van 1 januari 2012 is een driejarig experiment van start gegaan met vrije tarieven in de tandheelkunde.

Voorlopig zal door ons niet rechtstreeks bij de zorgverzekeraars gedeclareerd worden, maar ontvangt de patient zelf de nota.

Aangezien het nieuwe zorgstelsel voor tandheelkunde nog in een proefperiode zit, kan een en ander nog veranderen.

In onze praktijk hebben we gekozen voor een beperkte verhoging ten opzichte van 2011.


Laatste Nieuws:

Datum: 15-01-2012

Tandarts laat zich niet dwingen door verzekeraar

tandarts-laat-zich-niet-dwingenTandartsen moeten niet alleen op prijs maar ook op kwaliteit worden beoordeeld. Voor zorgverzekeraars als VGZ telt de bedrijfswinst zwaarder dan de kwaliteit van de mondheelkunde.

Door Peter Gits

De meeste Nederlanders komen regelmatig, vaak meerdere keren per jaar, bij hun tandarts en hebben op deze manier een goede langdurige vertrouwensrelatie met hun tandarts opgebouwd. Uit een onderzoek in 2009 van het NPCF, Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie, blijkt dat een overgroot deel van de bevolking erg tevreden is over zijn tandarts. De tandarts kreeg zelfs gemiddeld een 7,6! De Nederlandse tandheelkunde behoort tot de beste in de wereld.

Het systeem van vrije prijsvorming dat door de minister is goedgekeurd, heeft tot doel om een aantal zaken in de tandheelkunde te vereenvoudigen en verder te verbeteren. Er gaat op prijs geconcurreerd worden. Of de Nederlander daar op zit te wachten is nog maar de vraag. Waar bijna overal geldt 'goedkoop is duurkoop' zou dat ook zomaar eens kunnen gelden in de tandheelkunde. Daarnaast willen tandartsen graag differentiëren op service, innovatie en kwaliteit. Het nieuwe systeem laat daar nu ruimte voor.

VGZ lijkt in deze kwaliteit niet geïnteresseerd. Deze zorgverzekeraar is alleen geïnteresseerd in geld. Waar de gemiddelde tarieven van de aanvullende tandartsverzekeringen vorig jaar al met 14 procent zijn gestegen en de vergoedingen alleen maar verder zijn uitgekleed, probeert VGZ – door breed de media te zoeken – nu ook een wig te drijven in de relatie van de patiënt met zijn tandarts.

Met de stelling dat de tandartskosten per 1 januari met gemiddeld 10 procent zijn gestegen, lijkt VGZ alleen maar een rookgordijn op te trekken voor het uitkleden van de eigen polissen. Deze uitkleding en premieverhoging zijn gedaan onder het mom van een door de zorgverzekeraars verwachte prijsstijging per 1 januari. Op het moment van de premieverhoging waren die tarieven bij lange na niet bekend. Bang voor gezichtsverlies en ter rechtvaardiging van de eigen prijsstijgingen kunnen ze nu moeilijk anders dan stellen dat de door hun voorspelde prijsstijging zich al heeft voorgedaan.

Een experiment dat net begonnen is, dat een zeer ingrijpende wijziging van de opzet van tarieven en samenstelling van prestaties met zich meebrengt, waar tandartsen uren, dagen en weken ter voorbereiding mee bezig zijn geweest en waar de minister drie jaar voor denkt uit te trekken, daar heeft het VGZ na twee dagen al een oordeel over. Tarieven die vorig jaar ook al konden verschillen, afhankelijk van de werkwijze van de tandarts, worden vergeleken met de compleet nieuwe opzet. Ik vind dit beschamend, beschadigend voor de beroepsgroep en een verkeerd signaal naar de bevolking.

De consument is echter niet dom en heeft best in de gaten wat hier speelt. Ik kan me dan ook voorstellen dat verzekerden bij VGZ zich afvragen of zij daar nog wel goed zitten. Het VGZ is namelijk bezig om een van de voordelen van het nieuwe systeem, dat kwaliteitbevorderend kan werken, onderuit te halen.

De beoogde mogelijkheden voor verschil in praktijkvoering worden door de huidige wijze van vergoeden door de zorgverzekeraars belemmerd. En waarvoor? Voor eigen geldelijk gewin! En dat onder het mom van het goed voor te hebben met de verzekerden.

Bestuursvoorzitter M. Duvivier van verzekeringscombinatie UVIT zal in dit kader vast de goedkoopste tandarts proberen te vinden, want volgens VGZ is hij daar immers het beste af.

Daar waar kwaliteit pas op de lange termijn tot uiting komt, kijken zorgverzekeraars niet verder dan hun begroting en de daarbij behorende winstuitkeringen. Nu zo weinig mogelijk uitkeren betekent een beter resultaat voor dit jaar. In het jaarverslag 2010 van UVIT, de coöperatie waaronder VGZ valt, is onder het kopje beloningsbeleid te lezen: 'Het variabele beloningsbeleid van Univé-VGZ-IZA-Trias was in 2010 gebaseerd op kortetermijndoelstellingen'. Het salaris van bijna een half miljoen voor de voorzitter van de raad van bestuur van UVIT is zo dus direct afhankelijk van de betaalde premies (zo hoog mogelijk) en de uitgekeerde vergoedingen (zo weinig mogelijk). Van een Balkenende-norm hebben ze daar kennelijk nog niet gehoord.

Verder zit waarschijnlijk nog wat oud zeer bij de zorgverzekeraars. Waar inmiddels de gehele gezondheidszorg in de greep is van de zorgverzekeraars is dit tot nu toe niet gelukt in de mondzorg. Tandartsen hebben zich tot nu toe niet laten dwingen tot het grootschalig afsluiten van contracten met zorgverzekeraars en zich daardoor onafhankelijk weten op te stellen ten gunste van hun patiënten. Van de huidige tandheelkundige verzekeringen blijft toch 400 miljoen euro hangen bij de zorgverzekeraars. Geld dat eigenlijk ten goede zou moeten komen aan de gebitten van de verzekerden.

En nu proberen de zorgverzekeraars, door de bevolking bang te maken, de Nederlandse tandartsen onder druk te zetten om door goedkope tandheelkunde hun eigen winsten te vergroten. En als schop tegen het zere been heeft onlangs de voorzitter van de NMT (beroepsorganisatie van tandartsen) geadviseerd zeer terughoudend te zijn met het afsluiten van een tandheelkundige verzekering, dit in overleg met de tandarts. Ben dus verstandig als je geeft om je gebit. Laat je niet adviseren door je verzekeringsmaatschappij naar welke tandarts je gaat, maar keer het om en laat je door je tandarts adviseren bij welke verzekeringsmaatschappij je je het beste kunt verzekeren, als dat überhaupt al verstandig is. (Bron: medischondernemen.nl)

~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Datum: 10-01-2012

Persbericht Samenwerkende Mondzorgkoepels

Op 9 januari is namens de SMK (Samenwerkende Mondzorgkoepels, waar ook de ANT deel van uit maakt) het navolgende persbericht uitgegaan:

Zorgverzekeraars schaden vertrouwensrelatie patiënt en zorgverleners in de mondzorg

9 januari 2012 - Zorgverzekeraars beschadigen het vertrouwen tussen patiënten en hun tandarts, mondhygiënist of tandprotheticus door onnodige stemmingmakerij over de nieuwe tarieven van deze zorgverleners. Dit stelt de SMK, de Samenwerkende Mondzorgkoepels waarin alle beroepsgroepen in de mondzorg zijn vertegenwoordigd.
Op 1 januari jl. is door de minister van VWS een experiment gestart met vrije prijzen voor de mondzorg. Bijvoorbeeld zorgverzekeraar VGZ  brengt al twee dagen na de start van het experiment een tendentieuze berichtgeving over de stijging van tarieven naar buiten. Hiermee wordt onnodig onrust veroorzaakt en bovendien het zojuist gestarte experiment doorkruist. De SMK vindt dit onbehoorlijk en heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) gevraagd om een reactie op deze gang van zaken. De NZa houdt toezicht op goed verloop van het experiment. De SMK vermoedt bovendien dat VGZ op deze manier de aandacht wil afleiden van de premie- verhogingen en beperking van de vergoeding die de verzekeraar zelf doorvoert in 2012. Ook een meldactie van de Nederlandse Consumenten Patiënten Federatie bevat een aantal suggestieve vragen die onnodig de relatie tussen patiënten en zorgverleners ter discussie stellen.

Oude en nieuwe tarieven
De nieuwe tarieven van mondzorgverleners zijn voor patiënten beschikbaar via prijslijsten. De prijzen voor de behandelingen (prestaties) zijn standaardprijzen. Indien nodig zal de zorgverlener hiervan in overleg kunnen afwijken, bijvoorbeeld als een behandeling minder complex is, of juist wel en bijvoorbeeld meer tijd vraagt. De patiënt zal hier altijd vooraf over worden geïnformeerd.
Oude en nieuwe prijzen kunnen bovendien niet zomaar worden vergeleken: verrichtingen die vroeger apart in rekening werden gebracht, worden nu samengevoegd tot één nieuwe verrichting en dus ook een nieuwe prijs. De behandelaar kan de patiënt precies uitleggen hoe dat zit. De SMK verwacht dat de zorgverleners even aankijken hoe de prijzen zich ontwikkelen en dat er binnen enkele maanden een uitgebalanceerd prijsniveau zal ontstaan. De SMK verwacht niet dat patiënten vanwege prijzen van zorgverlener zullen veranderen. (Bron: ANT-online.nl)

Praktijk